Handel - Belshazzar


Georg Frideric Handel Belshazzar HWV 61
1685-1759 Oratorium in drie aktes
tekst: Charles Jennes
1e uitvoering: Londen, 27 maart 1745

BEZETTING
Nitocris (sopraan)
Cyrus (mezzosopraan)
Daniel (alt)
Belshazzar (tenor)
Arioch (tenor) zeer kleine partij
Gobrias (bas)
Messenger (bas) zeer kleine partij

Koor (SSATTB) s en t slechts 1 of 2 keer gesplitst

Orkest hobo 1/2
fagot
trompet 1/2
pauken
strijkers (bijv. 6-5-3-3-1)
orgel ?
clavecymbel
theorbe 1/2 ?

TOELICHTING
George Frideric Handel componeerde zijn oratorium Belshazzar tussen 23 augustus 1744 en midden oktober van hetzelfde jaar. Het libretto werd geschreven door de welgestelde kunstminnaar Charles Jennens. Omdat de teksten langer op zich lieten wachten dan was voorzien, begon Handel alvast aan zijn oratorium Hercules. Toen dit was voltooid startte hij met Belshaz- zar, hoewel zijn tekstschrijver nog niet verder dan de tweede akte gevor- derd was. Dit was ook geen wonder, want Jennens was nogal lang van stof. In een brief van 19 juli 1744 doet Handel bij hem zijn beklag over de buiten- sporige lengte van de zojuist ontvangen eerste akte en hij vraagt of de volgende twee aktes wat korter kunnen. Jennens heeft zich hier maar weinig van aangetrokken. Van de oorspronkelijke tekst gebruikte Handel maar ongeveer de helft. Jennens was weinig ingenomen met de behandeling van zijn literaire schepping; hij ging met tegenzin accoord met de coupures, onder de voorwaarde dat het gedrukte libretto wäl zijn complete teksten zou bevatten.
Het oratorium Belshazzar werd, overigens met zeer weinig succes, voor het eerst uitgevoerd op 27 maart 1745 in het Londense Haymarket (King's) Theatre.

Aan het verhaal van Belshazzar ligt het oud-testamentische boek DaniČl ten grondslag. Jennens heeft, teneinde een boeiender dramatisch verloop te krijgen, het bijbelverhaal uitgebreid aan de hand van gegevens uit Herodo- tus en Xenophon. Het oratorium speelt zich af tijdens de ballingschap van het joodse volk in Babylon. Er zijn vijf hoofdpersonen:

Cyrus, de vastberaden en rechtschapen perzische prins die Babylon belegert en uiteindelijk inneemt, en het joodse volk zijn vrijheid teruggeeft.

Belshazzar, de heidense koning van het decadente Babylon. Hij blijft ondanks waarschuwingen en voortekenen volharden in zijn liederlijke gedrag en godslasteringen en wordt door Cyrus verslagen.

Daniel, de wijze joodse profeet die Belshazzar zijn ondergang voor- spelt.

Nitocris, de intelligente moeder van Belshazzar, volgelinge van DaniČl. Zij ziet de ondergang van Babylon naderen en probeert haar zoon weer op het rechte pad te krijgen.

Gobrias, een babylonische edelman wiens zoon door Belshazzar is gedood. Hij is overgelopen naar de Perzen en helpt Cyrus bij het uitvoeren van diens plannen.

Het koor zorgt voor een muzikale karakterisering van de verschillende volkeren. Het vervult beurtelings de rol van Joden, van de losbandige BabyloniČrs en van de strijdlustige Meden en Perzen. Daarnaast heeft het koor, zoals in oratoria gebruikelijk is, van tijd tot tijd een bespiegelen- de functie.

Zoals al eerder vermeld, was de premiäre van Belshazzar niet erg succesvol. Er was slechts weinig publiek en op het laatste moment moesten nog partijen worden geruild, omdat een van de zangers ziek was. Toch waren de spaarzame aanwezigen erg enthousiast, getuige een brief van 2 april 1745:

"De eens zo populaire Handel moest een uitvoering voor lege stoelen geven. En dat in een operahuis waar steeds veel publiek naar toe komt, tenminste, zolang er maar dansers te zien zijn! Het moge dan uitzon- derlijk zijn, ik ben blij dat ik gisteravond naar zijn oratorium ben gaan luisteren. Het heet Belshazzar en het verhaal gaat over de verovering van Babylon door Cyrus. De muziek kan wedijveren met alles wat ik eerder heb gehoord, ondanks datgene wat zeer slechte musici doen om die muziek te bederven. Er is een koor van de BabyloniČrs die Cyrus vanaf de stadsmuren bespotten; men kan zich geen betere uitdruk- king van deze minachtende lachsalvo's voorstellen. En er is een ander koor, waarin de Joden zingen, nadat voor de eerste keer de naam Jehova is verschenen. Het begint met een moment van stilte; dan zwelt het aan tot zulk een plechtige en machtige muziek, dat ik denk dat er geen betere remedie tegen het ijdel gebruik van Gods naam bestaat."

Opzet: de beloofde Nederlandse vertaling ontbreekt helaas.

Ouverture

Akte I, Scene I
Het koninklijke paleis in Babylon. Nitocris, de moeder van koning Belshaz- zar, loopt in een monoloog vooruit op de op handen zijnde ondergang van Babylon. Menselijke heerschappijen komen op en gaan weer ten onder: alleen die van God is eeuwigdurend.

DaniČl, een profeet van het in babylonische ballingschap verkerende joodse volk, komt binnen. Nitocris vraagt hem of de ondergang van Babylon nog voorkomen kan worden. DaniČl antwoordt dat God daarover beschikt, en dat de Deugd uiteindelijk zal overwinnen.

Scene 2
De Meden en de Perzen belegeren Babylon. Tussen de stadsmuren van Babylon en het kamp van de Perzische koning Cyrus stroomt de rivier de Eufraat. Cyrus wordt vanaf de muren bespot door de BabyloniČrs, die hun stad onneembaar waren.

Gobrias is een babylonische edelman, die naar Perzen is overgelopen omdar koning Belshazzar zijn zoon heeft gedood. Hij overlegt met Cyrus hoe de stad veroverd kan worden. Cyrus ontvouwt een plan dat hij via een goddelijk visioen heeft gekregen. De Eufraat moet worden drooggelegd; als de Babylo- niČrs tijdens het feest ter ere van de god Sesach volgens oud gebruik allemaal laveloos zijn, zal men via de rivierbedding de stad binnendrin- gen.

Scene 3
DaniČl bestudeert, in het bijzijn van andere joden, in zijn huis, de profetieČn van Jesaja en Jeremia. Dezen voorspelden al generaties geleden dat Cyrus de Joden uit hun ballingschap in BabyloniČ zal bevrijden.

Scene 4
Het paleis in Babylon. Koning Belshazzar kondigt zijn hovelingen de bande- loze, religieuze feesten aan. Nictocris protesteert tegen dit barbaarse gebruik. Belshazzar tart haar en de aanwezige joodse gevangenen: hij laat de heilige vaten, die bij de verovering van Jerusalem uit de tempel zijn buitgemaakt, aanrukken om ze bij het feestvieren te gebruiken.

Act II, Scene 1
Buiten de stadsmuren. Het eerste deel van Cyrus' plan is geslaagd: de bedding van de Eufraat ligt droog. Cyrus roept zijn manschappen op de stad binnen te dringen.

Scene 2
In het paleis is het feest ter ere van Sesach in volle gang. Belshazzar, zijn vrouwen, bijvrouwen en gevolg bezingen hun
goden en bedrinken zich uit de heilige joodse tempelvaten.

Belshazzar daagt Jahweh luidkeels uit zijn macht te tonen.
Als hij wil drinken verschijnt er een hand die tekens op de
muur schrijft; hij ziet het, trekt bleek weg, laat zijn beker vallen, en valt, met knikkende knieČn en trillend van top tot
teen, achteruit in zijn zetel.

De wijze mannen van Babylon komen binnen (sinfonia). Belshazzar vraagt ze de tekens uit te leggen; daarin slagen zij niet, Nictocris zegt dat DaniČl daartoe ongetwijfeld in staat zal zijn.

Volgens Nitocris kan Belshazzar alleen zijn lot nog ontlopen door berouw te tonen.

Scene 3
Inmiddels zijn Cyrus en zijn manschappen de stad binnengedrongen. Gobrias moe ze de weg wijzen naar het paleis. Cyrus kondigt aan dat hij Belshazzar zal verslaan, maar diens volk zal sparen.

Act 3, Scene 1
In het koninklijk paleis vraagt Nitocris zich af of enige hoop op een goede afloop wel gerechtvaardigd is. DaniČl denkt van niet.

Scene 2
Belshazzar en zijn gevolg drinken zich de moed in voor de dreigende confrontatie met Cyrus. Zij gaan naar buiten, de Perzen tegemoet.

Scene 3
Gobrias dankt God en Cyrus voor de wraak op zijn vijand. Cyrus draagt hem op Nitocris en DaniČl te gaan zoeken en beleidt vervolgens zijn afschuw van oorlogsgeweld.

Cyrus vraagt DaniČl wat hij voor de Joden kan doen; deze zegt hem wat er in de heilige boeken (akte 1, scene 3) voorspeld staat.
Cyrus belooft de Joden dat hij hen naar hun vaderland zal laten terugkeren en de tempel in Jerusalem zal herbouwen.